Associatieve Constructies 1983 - Artidomus

Go to content

Main menu:

OBJECTS & 3D
"Associatieve Constructies, een hommage aan Robert O’Brien." (2017)
Auteur: Wim de Natris
Voor het boek: "Associatieve Constructies"
 
Hommage aan beeldend kunstenaar Robert O’Brien of hoe inspirerend kan een docent zijn voor een leerling. Dit is het verhaal van Walther Smeitink in de tentoonstelling Walther Smeitink: Associatieve Constructies, een hommage aan Robert O’Brien in Galerie de Natris.
 
Wie was Robert O’Brien? Midden jaren zeventig en begin jaren tachtig van de vorige eeuw werd er in onderwijsland intensief geëxperimenteerd met opleidingen van docenten voor het voortgezet onderwijs. Ook de toen splinternieuwe sectie Tekenen, Handvaardigheid en Textiele Werkvormen (TeHaTex) van de Nieuwe Lerarenopleiding (NLO), onderdeel van de toenmalige Gelderse Leergangen, was gegrepen door die experimenteerdrift. Naast het vaste team van kunstenaars/docenten werden regelmatig toonaangevende experimentele kunstenaars uitgenodigd seminars te geven om “voeding” van buitenaf te stimuleren. Één van die genodigden van toen was de jonge Brits-Nederlandse beeldende kunstenaar Robert O’Brien (1951, Bromyard, Herefordshire, GB). In zijn seminars introduceerde hij het begrip Associatieve Constructies. Hij was van mening dat het denken en handelen van een kunstenaar zowel irrationeel, rationeel, als intuïtief moest zijn. Wezenlijk was echter het proces van het spontane, onwillekeurig samenbrengen van beeldend materialen en technieken belangrijker dan het eindproduct. Immers een kunstwerk dat associatief is ontstaan zou vanzelfsprekend ook weer associaties oproepen. Daarom noemde hij zijn installaties ook Associatieve Constructies. Op zich niet nieuw in de kunstgeschiedenis, immers al in 1913 presenteerde Marcel Duchamp zijn Fietswiel, een bestaand fietswiel in een omgekeerde voorvork gemonteerd op een bestaande beschilderde keukenkruk. Duchamp noemde het object een “ready made”, een kunstwerk gemaakt uit al bestaande onderdelen. Het met elkaar verbinden van ongebruikelijk materialen en technieken stond O’Brien ook voor ogen, maar de nadruk op het proces bleef aanvankelijk toch het belangrijkste in zijn werk. In de laatste jaren van zijn korte leven, hij stierf in 1988 nog geen 37 jaar oud, verschoof zijn aandacht naar de associatieve herinnering die het voltooide beeld (object) kan oproepen.
 
In die pioniersjarenjaren van de Nijmeegse NLO was Walther Smeitink (1963 Doetinchem) student in de combinatie Handvaardigheid en Textiele Werkvormen (1980-1985). In 1983 volgde hij alle seminars van O’Brien. Zoals veel van zijn medestudenten was hij onder de indruk van diens onorthodoxe zienswijze. Na de voltooiing van zijn studie was Smeitink enkele jaren verbonden als vakdocent aan het Grafisch Lyceum in Utrecht. Daarna kon hij zijn uiteindelijke ideaal, het beeldend kunstenaarschap verwezenlijken. Wars van de toen soms modieuze kunsttendenzen van het postmodernisme wist hij zich te ontwikkelen tot een kunstenaar met een eigenzinnige beeldtaal.
Bij een recente duik in zijn archieven vond hij de negatieven van foto’s die hij gemaakt had van zijn beeldende experimenten tijdens de seminars van Robert O’Brien. Wanneer je de foto’s van de werkstukken uit die seminartijd bekijkt (in de catalogus blz. ?) zie je meteen welke uitwerking de ideeën van O’Brien hebben gehad op de jonge student Smeitink. De meest uiteenlopende objecten en materialen zijn bijeengescharreld. In de installatie-achtige beelden moet de toeschouwer in feite maar zien wat hij er mee doet. Het hangt er vanaf in hoeverre deze zijn gedachte de vrije loop kan laten. Dat is precies wat O’Brien bedoelde wanneer hij sprak over de boodschap van kunst. In die dagen binnen het domein van de kunst een gedachte die bijna vloeken in de kerk was; de taak van kunstenaar was toentertijd immers kritisch reageren op de gebeurtenissen in de samenleving. In zijn werk en in het uitdragen van zijn ideeën was O’Brien nooit bezig met dat engagement. Hoofdzaak was voor hem het prikkelen van de verbeeldingskracht van de beschouwer van het door hem gecreëerde kunstwerk. Daarin is Walther Smeitink de boodschap van zijn leermeester trouw gebleven als je terugblikt op zijn oeuvre.
 
Ook zijn recente werk ademt de geest van O’Brien. Geen maatschappelijk kritiek of andere zwaarwichtige inhoud, maar gewoon het spel van materialen en technieken. Objecten uit de meest uiteenlopend materialen; geweien, brons, koper, messing, chroom, bladzilver, bladgoud, hout en natuursteen. Schilderijen waarin niet alleen verf wordt gebruikt, maar ook andere materialen en andere technieken; ze doen denken aan werk van de materieschilders uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Walther Smeitink noemt zich dan ook regelmatig materieschilder. De schijnbaar willekeurig samengevoegde elementen die op het eerste gezicht niet veel met elkaar te maken lijken hebben dwingen je je verbeeldingskracht op volle toeren te laten draaien.
 
In diezelfde jaren was ik als docent kunstgeschiedenis verbonden aan de opleiding TeHaTex. Walther kan ik mij herinneren als een leergierige student met een positieve instelling. Heel wat jaren later kwam ik hem tegen tijdens een opening van een tentoonstelling in mijn galerie. Hij vertelde me hoe hij gevaren was in zijn ontwikkeling als professioneel kunstenaar. Een indrukwekkend verhaal. Daarna bleven we elkaar ontmoeten. Toen ik zijn atelier - het wonderlijkste dat ik ooit heb gezien - in een watertoren in Wolfheze bezocht, ontstond het plan om in het Nijmeegse, de stad waar zijn kunstenaarschap geboren was, een expositie van recent werk te organiseren. Vooral het volhardende in het kunstenaarschap en in de consistentie van het werk trokken mij over de streep. Het werk van Walther Smeitink op zijn waarde schatten is niet altijd gemakkelijke juist omdat een streven naar esthetiek of aandragen van maatschappelijk betrokkenheid niet direct het uitgangspunt van de kunstenaar is: het draait puur om de beeldende middelen met soms minuscule verwijzingen naar de betekenis van het object of schilderij.
 
En dan zijn we weer terug bij Robert O’Brien, maar met de verwerking van zijn gedachtegoed door een gerijpt kunstenaar met een heel eigen kijk op de wereld, Walther Smeitink.
 
Wim de Natris / Galerie de Natris Nijmegen juli 2017
 
Back to content | Back to main menu